Kolmer PM-elektromotor levert ongedachte energiebesparing bij kraanschip Nooitgedacht

In de toekomst zullen steeds meer binnenvaartschepen varen met elektrische energie, aldus is de verwachting  van Kolmer. Die opvatting wordt in toenemende mate gesteund door de feiten, waarbij het kraanschip ‘Nooitgedacht’ als ijzersterk voorbeeld geldt. De aandrijving van dit 684 ton wegende en 63 meter metende baggerschip is in de eerste plaats elektrisch, wat ook geldt voor de boegschroef. De hoofdvoortstuwing bestaat uit een Permanent Magneet Motor van Kolmer van 200 kW, vergelijkbaar met ongeveer 273 pk. De elektromotor voor de Boegschroef meet 165 kW, overeenkomend met 225 pk. Kolmer leverde voor de hoofdvoortstuwing een watergekoelde motor die over de uitgaande schroefas is geplaatst. Een bijzonder stukje werk, omdat de ruimte waarin de motor is gesitueerd uiterst krap is.

Kraanschip Nooitgedacht

Kraanschip Nooitgedacht

Kraanschip Nooitgedacht van rederij BTO te Sliedrecht is in de loop der jaren steeds ‘groener’ gemaakt. Dat begon al met de keuze van een nieuwe brandstof voor de 438 pk sterke Caterpiller dieselmotor. Gekozen is voor GTL Fuel, een soort diesel die uit aardgas wordt gewonnen. Metingen wezen onomstotelijk uit dat hier qua milieu flink werd gewonnen dankzij een significant lagere uitstoot. Deze motor, die nu als noodmotor wordt aangewend verkreeg aldus het CCR2-certificaat voor schonere motoren. De tweede stap bestond uit de aanschaf van de genoemde Permanent Magneet Motor voor de hoofdschroef en een elektromotor voor de boegschroef. Ook de PLM-kraan wordt elektrisch aangedreven. Dankzij een geavanceerd Power Management Systeem (PMS) is het mogelijk om de generator op het meest efficiënte toerental te laten draaien, zodat het verbruik en de uitstoot tot een minimum worden beperkt.

Europese ontwikkelingen
Kolmer verwacht dat – in het kader van steeds strengere Europese eisen – in de toekomst steeds meer binnenvaartschepen op elektrische voortstuwing zullen overgaan. Als het aan de Europese Commissie ligt moeten alle (nieuwe en bestaande) motoren in de binnenvaart vanaf 2030 voldoen aan de, oorspronkelijk voor 2016 geplande, EU-fase IV emissie-eisen (CCR-IV). Hoewel dit vooralsnog een wens is, geeft het wel aan welke kant het op gaat. Een ander voorbeeld dat dichterbij komt, is de eis dat vanaf 2025 elk binnenschip moet voldoen aan de CCR2 norm als het in de regio Rotterdam wil varen.